,

schriftelijke vragen; Kaap Hoorn viering

Terwijl de raad nog van niets weet, vernemen we uit de media berichten over een plan voor een Kaap Hoorn viering. Binnenkort mag de raad ja of nee zeggen tegen een feest dat kennelijk € 150.000 gaat kosten. Daarover hebben VVD en de Hoornse Onafhankelijke Partij (HOP) aan B & W de volgende vragen gesteld:Aan het College van Burgemeester en Wethouders
Postbus 603
1620 AR HoornBetreft: Vragen ex art. 43 “400 jaar Kaap Hoorn”
Hoorn, 12 augustus 2014
Geacht College,

Tot onze verrassing vernamen we via de media dat B & W in 2015 een jaar lang “400 jaar Kaap Hoorn” wil gaan vieren. Er is kennelijk een plan. De inhoud kennen we niet. Als raadsleden staan we met een mond vol tanden als ons uit de samenleving vragen over de krantenberichten worden gesteld. Moet dit nu zo?

In het persbericht van de gemeente lezen we dat de viering van 400 jaar Kaap Hoorn volgens wethouder Ben Tap van Economische Zaken en Toerisme kansen biedt om Hoorn landelijk blijvend als VOC-stad op de kaart te zetten.

Op 14 mei 2013 steunde de gehele gemeenteraad de motie van VVD en de fractie Assendelft om met de viering/dit evenement de stad meer naamsbekendheid te geven en iedereen voor eens en voor altijd duidelijk te maken dat Kaap Hoorn naar onze stad is vernoemd. Ook is in de motie aangegeven dat dit goed is voor onze
economie en de ondernemers van onze binnenstad.

De achtergrond van deze motie was dat binnen de raad niet iedereen op een lijn zat over nut en noodzaak van de viering 400 jaar Kaap Hoorn. De motie was dan ook helder en verzocht het college het volgende;
1. Op korte termijn in overleg te treden met de Chileense ambassadeur en Stichting Kaap Hoorn Vaarders alsmede bedrijven en maatschappelijke organisaties;
2. Te onderzoeken op welke wijze deze gebeurtenis voor onze stad optimaal benut kan worden;
3. De raad terug te informeren over de mogelijkheden en planvorming rondom dit evenement.

Het verbaast de fracties van de Hoornse Onafhankelijke Partij en de VVD dat het college zonder de raad vooraf te informeren openlijk communiceert over de wijze waarop zij de viering van 400 jaar Kaap Hoorn wil gaan vormgeven en dat daarbij zelfs al de naam van een uitvoerend bedrijf wordt genoemd. We kunnen kennelijk kiezen uit bedrijf A. of bedrijf A en plan B. of plan B. Deze werkwijze strookt niet met de motie die juist was bedoeld om de raad mee te nemen in het verdere proces.

Voor de organisatie van het 400 jaar Kaap Hoorn, wil B & W € 150.000 uittrekken. Wethouder Tap geeft aan dat wanneer inwoners en bedrijven hier enthousiast en actief op inspelen de gemeentelijke investering zich terugbetaald in structureel extra bezoekers.
Wij hebben naar aanleiding van bovenstaande de volgende vragen:

1. Waarom heeft u ervoor gekozen, ondanks de motie van 14 mei 2013 die door de gehele raad is ondersteund, op deze wijze te communiceren rondom 400 jaar Kaap Hoorn wetende dat bij
verschillende raadsfracties vragen zijn rondom nut en noodzaak? Wat was het doel van de communicatie?;

2. Bent u het met ons eens dat deze wijze van communiceren niet bijdraagt aan uw voornemen tot “De
kracht van verbinding” en het versterken van het partnerschap tussen de raad en het college maar de
gemeenteraad slechts voor een voldongen feit plaatst?;

3. Waarop precies is het bedrag van € 150.000 gebaseerd?

4. Vindt het college dat op deze wijze op correcte wijze uitvoering wordt gegeven aan de motie 14 mei 2013?

5. Beperkt het informeren, waar in de motie om is gevraagd, zich nu slechts tot het voorleggen van een uitgewerkt plan, waar de raad slechts ja of nee tegen kan zeggen?

6. Is er contact geweest met de Chileense ambassadeur en Stichting Kaap Hoorn Vaarders alsmede bedrijven en maatschappelijke organisaties?
– Zo ja, wat heeft dit opgeleverd?
– Zo nee, waarom niet?

7. Waarop baseert de wethouder zijn uitspraak dat Hoorn door de viering blijvend als VOC-stad op de kaart gezet zal worden?

8. Gezien de uitspraak van wethouder Tap willen wij graag het onderzoeksrapport ontvangen waaruit blijkt dat de investering ook daadwerkelijk terugverdiend zal worden en dat de investering zal leiden tot structureel meer bezoekers. Graag ontvangen wij daarbij de prognose van de extra te verwachten bezoekers;

9. Ten slotte nog de vraag in hoeverre het bedrijfsleven en de musea financieel bijdragen in de organisatie rondom deze viering. Zo ja voor welk bedrag en zo nee waarom niet?

Met vriendelijke groet,
Namens de fracties
VVD Chris de Meij
HOP Robert Vinkenborg

 

reactie College