Columnist prijst HOP voor volharding over WerkSaam

Participatie

SJAAK GROSTHUIZEN 15 april 2017

Nederigheid maakt groot

Er zijn momenten dat dingen zelfs tot mij doordringen. Soms zijn het vreselijke gebeurtenissen, waarvan mij de reikwijdte pas laat duidelijk worden. Soms zijn het mooie momenten, die enige uren later pas hun waarde openbaren en mij alsnog brengen tot grote ontroering. Zo’n moment deed zich afgelopen dinsdag voor tijdens de vergadering van de raadscommissie van Hoorn.

Kijk, de gewone gang van zaken kunnen ter plekke een glimlach veroorzaken. Zoals de behandeling van de toenemende leegstand van winkels in de binnenstad. Het duurde 17 maanden vanaf de toezegging iets aan beleid te gaan ontwikkelen voordat wethouder Ben Tap van shoppen-moet-je-gewoon-in-de-binnenstad-doenzaken met de voortgangsvraag kwam: zullen we eens advies inwinnen? Sneren uit de fracties over de verstreken periode leken mij als leek zeer terecht, totdat in het weerwoord van Ben bleek, dat nota bene een groep meedenkers uit de raad zelf had vonden dat er eerst gewacht moest worden op stappen door de regio.

Anders was het rondom het beleid ten aanzien van de werkzaamheden van WerkSaam, het orgaan dat voor een categorie mensen de afstand tot de arbeidsmarkt moet verkleinen. De Hoornse Onafhankelijke Partij heeft daar met bijna verbeten volharding kritische vragen over gesteld. Die vragen vielen bij de dienstdoende wethouder van hup-aan-het-werkzaken Judith de Jong een tikkeltje verkeerd. Wederzijds onbegrip en bijpassend onbehagen kleurden menige raadsbijeenkomst. Tot afgelopen dinsdag dus.

Heikel was het onderwerp zeker. D66-voorman Arthur Helling noemde bezorgd de aanwezigheid van perverse prikkels in de werkwijze van WerkSaam. Daarnaast de mogelijk vermorzelende toepassing van overeengekomen regeltjes, waar niet alleen de overheid patent op heeft. Zijn zorg werd door veel fracties gedeeld en natuurlijk ook door de fractie van HOP. Fractievoorzitter Robert Vinkenborg was helaas verhinderd, maar zijn vervanger Guido Breuker mocht namens hem verklaren dat zij waardering hebben voor de manier waarop wethouder Judith geluisterd heeft naar hun geweeklaag. In haar antwoord gaf Judith namelijk duidelijk aan wat wel en wat niet de bedoeling was van de aanpak van WerkSaam. Het is een meetlat geworden om de eerlijkheid van werkzaamheden te bepalen.

Judith stak, zodra zij het woord mocht voeren, de loftrompet over de weerstand die HOP had getoond in de afgelopen maanden. Zij bedankte deze fractie voor hun inspanningen de zaken duidelijk te krijgen. En op dit moment geschiedde het dat we een Hoornse wethouder zagen die op fabelachtige wijze in staat is boven zichzelf uit te steken. Waar anderen wellicht gniffelend zouden zeggen dat Judith toch maar bakzeil moest halen, dat ze een lesje nederigheid had ondergaan, wil ik beklemtonen, dat zelden nederigheid grootser werd vertoond.

Wie ooit van Judith dacht dat zij nooit en te nimmer in staat zou zijn tot inkeer, tot toegeven, tot buigzaamheid, moet nu toegeven dat hij of zij er naast zit. Mijn bewondering gaat ook uit naar de mannen van HOP. Geen triomfantelijke grijns, geen indianendans om het verkrijgen van een overwinning na bittere strijd, maar deemoedige dankbaarheid. Oppositie en coalitie toonden zich groot in het krijgen van gelijk. Slechts voor de vorm bleef er een slag om de arm.

Hier was geen sprake van nederlaag, maar van pure winst. Glorieuze toegeeflijkheid aan alle kanten. Hier ziet men democratie op zijn mooist. Geen krachtpatserij van coalitiepartijen met solide meerderheid, maar onvervaard met krachtige tred terugkeren op mogelijk verkeerd geplaatste schreden. Hier past geen smalen om nederlaag, maar bewondering om moed, lof op toelaten van voortschrijdend inzicht.

Ik geef toe, ik zag het weliswaar ter plekke gebeuren, maar de volledige betekenis ervan ontging mij deels op dat moment. Des te schoner is dan ook de belevenis van het ontwaken van het besef. Ik heb me de rest van deze week daaraan gelaafd met de vaste wil om ook ooit net zo te mogen groeien als mijn voorbeelden Judith de Jong en Robert Vinkenborg. Dat zouden meer mensen moeten doen.

Bron : www.onswestfriesland.nl